Waarom Groningen 9 panelen nodig heeft en Brugge 7: hoe locatie het optimale aantal zonnepanelen bepaalt
Zelfde huis, zelfde verbruik, zelfde tarief, ander land. Het Enhub algoritme berekent voor Groningen 9 en voor Brugge 7 zonnepanelen. Het verschil zit in de lokale instraling. Met wiskundige onderbouwing van de marginale analyse per paneel.
Jonathan
Onderzoek energietransitie bij Enhub

Neem twee huishoudens: allebei vier personen, allebei een tussenwoning, allebei volledig elektrisch met 6.500 kWh verbruik per jaar. Allebei dynamisch tarief, geen bestaande zonnepanelen, geen batterij. Het enige verschil? Het ene huis staat in Groningen, het andere in Brugge.
Enhub berekent voor Groningen een optimaal aantal van 9 panelen. Voor Brugge: 7 panelen. Twee panelen verschil bij een identiek huishouden met exact dezelfde tarieven. Dat verschil komt volledig door de locatie en de hoeveelheid zonnestraling die daar beschikbaar is. Dit artikel legt uit hoe dat werkt en hoe het Enhub algoritme tot die aanbeveling komt.
Identieke uitgangspunten, twee locaties
Om een eerlijke vergelijking te maken hebben we beide scans uitgevoerd met exact dezelfde configuratie. De methode is een inschatting op basis van huishoudgrootte: vier personen in een tussenwoning, volledig elektrisch, 6.500 kWh jaarverbruik. Dynamisch tarief, geen bestaande panelen, geen batterij. Het algoritme mocht kiezen uit 0 tot 20 panelen van 400 Wp.

De tarieven zijn voor beide locaties identiek: hetzelfde dynamische prijsmodel, dezelfde terugleververgoeding. De enige variabele die verschilt is de locatie en daarmee de hoeveelheid en verdeling van de zonnestraling over het jaar.
Resultaten naast elkaar
Het Enhub algoritme komt tot twee verschillende aanbevelingen. Hieronder de samenvatting van beide scans.




| Kenmerk | Groningen (NL) | Brugge (BE) |
|---|---|---|
| Aanbevolen panelen | 9 | 7 |
| Totaal vermogen | 3,6 kWp | 3,1 kWp |
| Opbrengst per jaar | 3.192 kWh | 2.448 kWh |
| Investering | €3.648 | €3.072 |
| Jaarlijkse besparing | €406 | €332 |
| Terugverdientijd | 8 jaar en 4 maanden | 8 jaar en 7 maanden |
| CO₂ reductie per jaar | 224 kg | 168 kg |
| Hernieuwbaar aandeel | 27,5% | 24,1% |
De terugverdientijden liggen dicht bij elkaar: 8 jaar en 4 maanden versus 8 jaar en 7 maanden. Het algoritme optimaliseert niet op het maximale aantal panelen, maar op het punt waar de verhouding tussen investering en besparing het gunstigst is. En dat punt verschilt per locatie.
Waarom het verschil? Locatie bepaalt instraling
Groningen (53,2° N) en Brugge (51,2° N) liggen slechts twee breedtegraden uit elkaar. Toch verschilt de zonnestraling die op een paneel valt meetbaar. Dat komt niet alleen door de breedtegraad zelf, maar ook door de lokale weerspatronen, bewolkingsgraad en het aantal effectieve zonuren per jaar.
In Groningen levert een paneel van 400 Wp gemiddeld circa 355 kWh per jaar op. In Brugge is dat circa 350 kWh per jaar. Per paneel is het verschil klein. Maar het effect op het optimale aantal panelen is groot, omdat het algoritme niet alleen naar de totale productie kijkt maar naar de verdeling over de uren van het jaar.
Het gaat niet om totaal, maar om timing
Wat telt is hoeveel van de geproduceerde stroom op het juiste moment komt: wanneer het huishouden daadwerkelijk stroom verbruikt. Dat is het zelfverbruik. Alles wat wordt geproduceerd op momenten dat het huis al voorzien is, gaat als surplus terug naar het net en levert minder op.
De instraling in Groningen is anders verdeeld dan in Brugge. Het verschil in oriëntatie ten opzichte van de zon, de seizoensmatige variatie en het lokale weer zorgen ervoor dat het zelfverbruikpercentage anders uitpakt. En dat is precies waar het omslagpunt verschuift.
| Factor | Groningen | Brugge |
|---|---|---|
| Breedtegraad | 53,2° N | 51,2° N |
| Opbrengst per paneel (400 Wp) | ~355 kWh/jaar | ~350 kWh/jaar |
| Totale productie (optimaal) | 3.192 kWh (9 panelen) | 2.448 kWh (7 panelen) |
| Tarief | Dynamisch | Dynamisch (identiek) |
| Teruglevering | Dynamische marktprijs | Dynamische marktprijs (identiek) |
Met identieke tarieven is het de instraling die het verschil maakt. De manier waarop zonlicht gedurende het jaar op een specifieke locatie valt, bepaalt hoe snel de marginale waarde van elk extra paneel afneemt. En daarmee hoeveel panelen optimaal zijn.
Het Enhub algoritme: marginale analyse per paneel
Het Enhub algoritme berekent niet simpelweg de totale opbrengst van een bepaald aantal panelen. Het beoordeelt elk individueel paneel op zijn marginale bijdrage: hoeveel extra besparing levert paneel nummer n+1 op, en weegt dat op tegen de extra investering?
Stap 1: Simulatie per uur
Het algoritme simuleert alle 8.760 uren van het jaar. Voor elk uur berekent het de zonneopbrengst op basis van de locatie, de zonnestand en de historische instraling. Die instraling verschilt per uur, per dag en per seizoen en is uniek voor elke locatie.
Stap 2: Zelfverbruik versus surplus
Per uur wordt vastgesteld hoeveel van de geproduceerde stroom direct verbruikt wordt (zelfverbruik) en hoeveel er overblijft (surplus). De formule per uur h:
Zelfverbruik[h] = min(productie[h], verbruik[h])
Surplus[h] = productie[h] − zelfverbruik[h]
Zelfverbruik is waardevol: je vermijdt de aankoop van stroom tegen het volledige dynamische tarief van dat uur. Surplus levert minder op, want het wordt teruggeleverd tegen de dynamische marktprijs (zonder netkosten en belastingen). Hoe groter het aandeel zelfverbruik, hoe waardevoller een paneel.
Stap 3: Marginale opbrengst berekenen
Elk extra paneel verandert de productie per uur. Het algoritme berekent voor elk paneelaantal n de totale jaaropbrengst en vergelijkt die met n−1 panelen. De marginale opbrengst van paneel nummer n is:
Marginale opbrengst = ΔZelfverbruik × Tvermeden[h] + ΔSurplus × Tmarkt[h]
Waarbij Tvermeden[h] het volledige tarief is dat je bespaart op uur h door niet van het net af te nemen, en Tmarkt[h] de dynamische marktprijs op dat uur voor teruglevering.
Stap 4: Het optimale punt bepalen
Het algoritme installeert paneel n+1 als de verwachte opbrengst over de levensduur groter is dan de kosten van dat paneel:
Installeer paneel n+1 als:
Σ(ΔZelfverbruik[h] × Tvermeden[h] + ΔSurplus[h] × Tmarkt[h]) × L > Kpaneel
L = levensduur (25 jaar), Kpaneel = kosten per paneel inclusief installatie. De sommatie loopt over alle 8.760 uren van het jaar.
Het punt waarop de marginale opbrengst onder de marginale kosten zakt, is het optimale aantal panelen. Dat punt verschilt per locatie, omdat de instraling per uur anders verdeeld is en daarmee het aandeel zelfverbruik versus surplus verschuift.
Waarom uur voor uur?
Een jaargemiddelde verbergt het echte verhaal. Op een zomermiddag om 14:00 produceren 9 panelen meer dan het huis verbruikt. Maar op een winterochtend om 8:00 produceren diezelfde panelen bijna niets. Bovendien fluctueert de dynamische stroomprijs continu. Alleen een simulatie op uurbasis vangt beide effecten correct op: hoeveel stroom elk uur geproduceerd wordt én wat die stroom op dat moment waard is.
Waarom meer panelen niet altijd beter is
De eerste panelen leveren de hoogste besparing. Ze vervangen dure netstroom op momenten dat de zon schijnt. Maar elk volgend paneel heeft een afnemend rendement. Waarom? Omdat een steeds groter deel van de extra productie samenvalt met momenten waarop de eerdere panelen het verbruik al dekken. De extra productie wordt surplus, en surplus levert minder op dan vermeden netstroom.
In Groningen: paneel 10 tot 20
Na 9 panelen heeft het huishouden overdag voldoende capaciteit. Het tiende paneel produceert extra stroom die grotendeels als surplus wordt teruggeleverd. De marginale opbrengst van dat paneel zakt net onder het punt waar de extra besparing per jaar opweegt tegen de investering, rekening houdend met de levensduur van 25 jaar.
In Brugge: paneel 8, 9 en 10
In Brugge bereik je dat omslagpunt al bij het achtste paneel. De lokale instraling zorgt ervoor dat met zeven panelen het zelfverbruik al grotendeels verzadigd is op de uren met de meeste productie. Elk extra paneel voegt vooral surplus toe. Omdat surplus alleen de dynamische marktprijs oplevert (aanzienlijk minder dan vermeden netstroom), zakt de marginale opbrengst sneller onder de drempel.
Groningen
Optimaal: 9 panelen
Het tiende paneel zou de terugverdientijd als geheel verslechteren doordat de marginale opbrengst onder de marginale kosten zakt.
Brugge
Optimaal: 7 panelen
Het achtste paneel zou vooral surplus genereren en de terugverdientijd van de gehele installatie verlengen.
Het kernpunt: het Enhub algoritme maximaliseert niet de totale productie maar het rendement per geïnvesteerde euro. Meer panelen betekent meer stroom, maar niet per definitie meer waarde.
Energiestromen vergeleken
De energiestroomdiagrammen maken visueel duidelijk hoe de geproduceerde stroom wordt ingezet. In Groningen is de totale productie hoger (3.192 kWh versus 2.448 kWh) en is er meer ruimte voor teruglevering naar het net. In Brugge is het beeld compacter: het algoritme kiest bewust voor minder panelen zodat een groter deel van de productie als zelfverbruik wordt ingezet.


Let op het verschil in de verhouding tussen de oranje balk (zon naar huis, zelfverbruik) en de groene balk (zon naar net, surplus). In beide gevallen is er in de zomermaanden surplus, maar het algoritme balanceert per locatie hoeveel surplus nog rendabel is ten opzichte van de investering in extra panelen.
Duurzame impact
Naast financieel rendement berekent Enhub ook de ecologische impact van de aanbevolen opstelling. Meer panelen betekent meer vermeden CO₂ uitstoot, maar de verhouding is niet lineair: het hangt af van hoeveel van de productie daadwerkelijk fossiele netstroom vervangt.


| Impactmaat | Groningen | Brugge |
|---|---|---|
| CO₂ reductie per jaar | 224 kg | 168 kg |
| CO₂ over levensduur | 5,6 ton | 4,2 ton |
| Hernieuwbaar aandeel | 27,5% | 24,1% |
| Bomen equivalent | 10 | 8 |
Groningen bespaart meer CO₂ omdat er meer panelen worden geïnstalleerd en meer stroom wordt opgewekt. Twee extra panelen voegen 56 kg CO₂ reductie per jaar toe. De ecologische winst per extra paneel neemt echter ook af, parallel aan de financiële winst.
Configuratieoverzicht
Ter volledigheid: hieronder de volledige configuratieoverzichten van beide scans. Alle instellingen zijn identiek, alleen de locatie verschilt.


Veelgemaakte fouten bij het bepalen van het aantal panelen
Fout 1: “Ik neem het maximale aantal dat op mijn dak past”
Meer panelen produceren meer stroom, maar na het optimale punt levert elk extra paneel steeds minder op per geïnvesteerde euro. De extra productie wordt grotendeels surplus, en surplus levert aanzienlijk minder op dan vermeden netstroom. Dat geld kan beter besteed worden, bijvoorbeeld aan een thuisbatterij die het zelfverbruik verhoogt.
Fout 2: “De opbrengst per paneel is overal hetzelfde”
De totale opbrengst per paneel in kWh verschilt inderdaad weinig tussen Groningen en Brugge. Maar de verdeling over de uren van het jaar verschilt wel, en daarmee het percentage dat als zelfverbruik wordt ingezet versus als surplus wordt teruggeleverd. Wie alleen naar de totale kWh kijkt, mist het echte verhaal.
Fout 3: “Locatie maakt niet uit, de tarieven zijn hetzelfde”
De tarieven zijn inderdaad identiek. Maar de financiële opbrengst per paneel verschilt, omdat de hoeveelheid zelfverbruik verschilt. En het is het zelfverbruik dat het meeste oplevert. De locatie bepaalt via de instraling hoeveel van de productie op het juiste moment komt, en daarmee hoeveel elk paneel uiteindelijk waard is.
Conclusie
Het optimale aantal zonnepanelen wordt niet bepaald door hoeveel er op je dak passen. Het wordt bepaald door de locatie van je huis. De hoeveelheid zonnestraling en de verdeling daarvan over het jaar bepalen hoeveel panelen rendabel zijn, zelfs als de tarieven identiek zijn.
Het Enhub algoritme maakt die afweging transparant. Door uur voor uur de instraling, productie en het verbruik te simuleren en de marginale waarde van elk paneel te berekenen, komt het tot een aanbeveling die niet draait om meer, maar om optimaal. Voor Groningen is dat 9 panelen. Voor Brugge 7. Zelfde huis, zelfde tarief, andere locatie, ander antwoord.
De berekeningen in dit artikel zijn gebaseerd op actuele instraling en tarieven. Jouw situatie kan afwijken. Gebruik Enhub Thuis voor een berekening op basis van jouw eigen adres en verbruiksprofiel.
Gerelateerde artikelen
Energietransitie
Nederlandse vs. Belgische energierekening: wie betaalt meer en waarom een batterij in België drie voordelen heeft
Praktische scenario's
Elektrische auto en thuisbatterij: waarom je EV bepaalt welke batterij je wilt
Technisch
Wat is een kWh zonnestroom waard? Hoe Enhub de werkelijke waarde berekent
Klaar voor je eigen energiescan?
Start direct een gratis scan of bekijk hoe Enhub+ teams en API toegang ondersteunt.